175 jaar Collegegeschiedenis

(Vrij naar Leo Pée, Het Heilige Maagdcollege 1834-1984. Bijdrage tot de geschiedenis van het onderwijs in het Dendermondse, D/1986/0435/3)

1834 Priester Jan Baptist Van Bavegem uit Baasrode en zijn vriend priester Jan Lodewijk D’Hollander richten op 7 oktober het Heilige Maagdcollege op. De school wordt ondergebracht in een drietal aanpalende huizen op de toenmalige Veemarkt, waar nu het VTI gevestigd is.
1834-1860 Het Heilige Maagdcollege is in het bezit van en wordt geleid door de ‘Congregatie der Priesters van Onze Lieve Vrouw’, een communauteit van seculiere priesters, door J.-B. Van Bavegem tegelijk met het college opgericht. De leden van deze congregatie beloven zich onvoorwaardelijk in te zetten voor de opvoeding van de jeugd. Vanuit het moederhuis in Dendermonde worden nieuwe colleges gerealiseerd in Eeklo en Oudenaarde.
1860-1865 Door interne spanningen en de hevige schoolstrijd komt het College aan de rand van de ondergang. Het bisdom neemt het College over en redt het zo van een gewisse dood.
1865- 1914 Er volgt een periode van langzaam herstel, maar na het definitief verwerven van de gebouwen in 1883 ontstaat er een nieuwe bloeiperiode die tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog onverminderd zou voortduren. Op de vooravond van de Grote Oorlog telt het Heilige Maagdcollege meer dan 600 leerlingen, verspreid over drie afdelingen: een lagere school, een Grieks-Latijnse humaniora en een middelbare afdeling met drie studiejaren.
1914 Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt de stad Dendermonde door de Duitse troepen beschoten en in brand gestoken. Ook het Heilige Maagdcollege op de Veemarkt gaat volledig in de vlammen op. Dankzij het stadsbestuur kan Superior Jozef De Cock het schooljaar met enkele maanden vertraging starten in de gespaard gebleven panden van het weeshuis in de Kerkstraat. Het complex bestond uit een voorbouw met twee achterliggende paviljoenen, gescheiden door een speelplaats (de huidige feestzaal).
1920-1925 In 1920 wordt het volledige beluik van het vroegere weeshuis, met omliggende tuin en boomgaard, aangekocht ten behoeve van het Heilige Maagdcollege. Onmiddellijk wordt aangevangen met de restauratie van de voorbouw en het optrekken van 12 klaslokalen in de boomgaard (huidige grote speelplaats; blok humaniora lokalenreeks 100,300). In 1922-23 worden de bouwactiviteiten verwoed voortgezet met een extra verdieping op de internaatspaviljoenen, woonvertrekken voor de zusters, refter en keuken. De speelplaats tussen de paviljoenen wordt overwelfd en omgebouwd tot feestzaal. In de moestuin (huidige kleine speelplaats) worden zes klaslokalen opgetrokken voor de lagere school en intussen worden ook de funderingen aangelegd voor de bouw van de grote studie (huidige kantine), aanpalende klassen (huidige lerarenkamer) en de kapel.
1925-1950 Bij het begin van de jaren 30 worden nog enkele klassen bijgebouwd op de grote speelplaats (uitbreiding blok humaniora kant Noordlaan), zodat het Heilige Maagdcollege bij het eeuwfeest in 1934 beschikt over een voor die tijd hypermoderne onderwijsaccommodatie. De leerlingenpopulatie groeit bijzonder snel vóór, maar vooral tijdens en na de Tweede Wereldoorlog: in het oorlogsjaar 1943-44 wordt de kaap van de 1000 inschrijvingen overschreden.
1950-1990 De bestaande campus wordt te klein. In 1951 wordt de aanpalende (oude) dekenij met bijhorende tuin verworven: in de tuin van de dekenij bouwt Superior Van Hove een nieuwe vleugel, rug aan rug met de bestaande klassen op de grote speelplaats (de huidige lokalenreeks 200, 400). In 1959-60 wordt een bijkomende verdieping opgetrokken (huidige lokalenreeks 500 en 600). De oude dekenij wordt verbouwd tot klassengebouw voor de handelsschool. Ook het internaat wordt uitgebreid en in 1966-68 richt Superior De Decker de refter in als moderne self-service. In diezelfde periode laat hij een nieuw gebouw optrekken aan de Noordlaan met sportzalen, zwembad, studiezalen en klaslokalen. Deze voortdurende uitbreiding van het gebouwenpark laat toe om de steeds toenemende leerlingenpopulatie op te vangen en een ongewoon groots internaat uit te bouwen (tot 500 internen op het hoogtepunt). Het schoolleven wordt in deze periode verrijkt met de collegeharmonie, Kunstgroep FRO (1957-1976), Hemaco BBC (1968-2007), de Denderkantorij, het schoolblad Hemaco-Info (1972-2006), Toneelgroep Hemaco (1962-..), Europroject Onderwijs Grenzeloos (1989-..), …
1990-2009 In 1989 wordt van overheidswege de bestaande opsplitsing in het secundair onderwijs (VSO en type II) vervangen door de eenheidsstructuur. Een en ander zal leiden tot een grondige herschikking van het onderwijslandschap: de centrumscholen krijgen meer concurrentie om te rekruteren in de periferie. In 1992 verlaat de laatste superior, Paul Vyncke, het College en hij wordt voor het eerst in de geschiedenis opgevolgd door een leek, directeur Luc Van Acker. In 1994 doen de eerste meisjes hun intrede in het mannenbastion; vandaag vormen zij een kleine helft van de totale collegepopulatie. Ook het lerarenkorps wordt vanaf de jaren 90 volledig gemengd en bestaat vandaag uit 40% dames en 60% heren. Eind jaren 90 worden de gebouwen door de eigenaar (Bisdom Gent) in erfpacht gegeven aan het schoolbestuur. Vanaf dan ligt de weg open voor subsidiëring door het Agentschap voor Infrastructuurwerken van de Vlaamse Gemeenschap en zijn er permanent renovatie- en geschiktmakingsdossiers in uitvoering.
2009-2010 Jubileumjaar 175 jaar College: het College heeft 248 leerlingen in de lagere school en 951 in de humaniora, waarvan 175 (!) in het eerste jaar. Het VHTI telt 864 leerlingen, waarvan een deel gehuisvest in het College.

Design by